Informatie over groep 3

Rekenen in groep 3

Op basisschool de Uilenburcht werken we in groep 3 t/m 8 met de rekenmethode: De Wereld In Getallen.
Als u op onderstaande link klikt kunt u zien welke onderdelen behandeld worden in de jaargroep van uw kind.
Wat leert mijn kind bij rekenen

Als u nieuwsgierig bent naar de werkwijze van deze methode kunt u op de onderstaande link klikken om daar een powerpoint over te bekijken.
Powerpoint De wereld In Getallen

Leren lezen in groep 3

De kinderen van groep 3 leren lezen met behulp van de methode Veilig Leren Lezen.
Als u thuis met uw kind wilt oefenen kunt u Veilig&Vlot woordrijtjes  lezen.
Dit zijn de woordrijtjes die we ook dagelijks in de klas oefenen.

Artikel: Ik wil mijn kind thuis helpen met lezen.

Op het prikbord in de gang van de groepen 3 kunt u zien in welke kern we op dit moment werken.

Veilig en Vlot kern 1
Veilig en Vlot kern 2
Veilig en Vlot kern 3
Veilig en Vlot kern 4
Veilig en Vlot kern 5
Veilig en Vlot kern 6
Veilig en Vlot kern 7
Veilig en Vlot kern 8
Veilig en Vlot kern 9
Veilig en Vlot kern 10
Veilig en Vlot kern 11
Veilig en Vlot kern 12


Veilig leren lezen: Wat leert mijn kind per kern:

Kern 1

In deze kern leert uw kind

Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e

Woorden: ik - maan - roos - vis - sok - aan - pen - en

 

Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet!

 

Klanken

Sommige kinderen ontdekken in de woorden niet alleen de letter die bij dat woord wordt aangeboden (zoals -r- van roos) maar ze ontdekken ook de klanken van de andere letters: -oo- en -s-. Voor sommige kinderen is het een extra uitdaging om ook met die letters te experimenteren. Als deze kennis er niet spontaan is dring het dan niet op. Het belast het kind onnodig. De basiskennis blijft alsnog het belangrijkst.

 

Systeem van schrift

Aan de hand van de oefeningen in de klas ontdekt uw kind langzaam maar zeker het systeem van ons schrift: woorden bestaan uit losse letters en met die losse letters kun je oneindig veel nieuwe woorden maken. -Vis- bestaat uit de letters v - i - s. Van -vis- kun je heel makkelijk -is- maken. En met de -m- van -maan-krijg je het woordje -mis-. Het lijkt zo simpel, maar voor kinderen is dit een heel belangrijke ontdekking.


Kern 2

In deze kern leert uw kind

Letters: t - n - b - oo - ee

Woorden: teen - een - neus - buik - oog

De letters i - m - r - v - s - aa - p - e zijn bekende letters geworden. De letters t - ee - n - b - oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: ‘Mijn lijf’. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten twee kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht,

 

Hakken en plakken

 

Waardering

Naast het uitbreiden van de letterkennis, werkt uw kind ook aan de vaardigheden die nodig zijn om te kunnen lezen: woorden in stukjes hakken (letters of klanken) en die stukjes weer aan elkaar plakken tot een woord.Met behulp van de tot nu toe geleerde letters kunnen ook andere woorden worden gemaakt dan bovenstaande woorden, bijvoorbeeld: vaar, kaas, pit, raam, boos. Dat is een ontdekkingsreis met steeds meer ontdekkingen en uitdagingen.

Wat is er voor uw kind leuker dan thuis te laten zien wat het allemaal al kan? Het is belangrijk dat uw kind zelfvertrouwen krijgt bij het lezen. Spreek daarom altijd uw waardering uit over de leespogingen en de schrijfsels van uw kind, ook al gaat er nog wel eens iets mis.


Kern 3
 

In deze kern leert uw kind.

Letters: d - oe - k - ij - z

Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep

Herhaling van de letters van kern 1

 

Woorden en zinnen

Uw kind is bij het begin van kern 3 alweer een week of zeven in leerjaar 1. Steeds meer woorden kunnen worden gelezen. Uw kind leert niet alleen nieuwe letters en woorden, maar oefent deze ook op verschillende manieren. Een voorbeeld van zo'n oefening is het invullen van letters in woorden waarin een letter ontbreekt. Bij het stukje ‘-en’ kan het kind kiezen uit b, p en r om er een compleet woord van te maken. Het plaatje dat naast het woord afgebeeld wordt geeft aan welk woord bedoeld is (ben, pen of ren).

Uw kind leest ook al korte zinnen

Uw kind leest ook al korte zinnen. ik eet een vis.
een kip en een aap.
tim zit bij een boom.

 

Veilig en vlot

Waarschijnlijk heeft u al vaker gehoord dat er op school gewerkt wordt met Veilig & Vlot? Wellicht is uw kind al thuisgekomen met een Veilig&vlot-diploma, eerst na kern 1 en pas geleden na kern 2. Veilig & Vlot is een boekje met woordrijtjes die opklimmen in moeilijkheid. Uw kind leert hiermee niet alleen correct, dus foutloos woorden lezen maar juist ook vlot. Vlot lezen is een belangrijke voorwaarde voor het begrijpend lezen. Vraag uw kind maar eens naar de verschillende werkjes die het op school maakt. Uw kind zal dat zeker graag willen vertellen.


Kern 4
 

In deze kern leert uw kind

Letters: h - w - o - a - u

Woorden: huis, weg, bos, tak, hut

De letters i - m - r - v - s - aa - p - e - t - ee - n - b - oo zijn bekende letters geworden. De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van een verhaal over oma die met kinderen naar het bos gaat en verdwaalt. Het thema van kern 4 is: ‘ waar ben ik’. Dit thema heeft veel mogelijkheden om rondom ‘woonomgeving‘ of bijvoorbeeld verkeer allerlei activiteiten te doen. Ook ‘het bos’ kan als thema gekozen worden.

 

De derde- persoons- t

In deze kern leert uw kind het lezen van werkwoorden met de derde-persoons-t, zoals: 'loopt', 'maakt' en 'rent'. U zult merken dat uw kind steeds meer en beter leert lezen. Vertel hoe knap u dat vindt.

 

Waarom ik leer lezen

Uw kind leert niet alleen nieuwe woorden en letters maar ontdekt ook steeds meer waar lezen toe dient: je kunt genieten van een verhaal, je kunt informatie opzoeken in een boek of een gids en je kunt elkaar op papier een boodschap doorgeven! Het eerste spel bij "Samen bezig zijn" ondersteunt de laatste functie van lezen en schrijven.


Kern 5
 

In deze kern leert uw kind

Letters: eu - j - ie - l - ou - uu

Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur

Uw kind kent inmiddels al heel wat letters: De komende weken komen daar nieuwe letters bij: de eu van reus, de j van jas, de ie van riem, de l van bijl, de ou van hout en de uu van vuur. Het thema van deze kern is ‘sprookjes’ of ‘verhalen en vertellingen’. De nieuwe woorden worden aangeboden in een sprookje over een reus, of in een verhaal over een verhalenverteller die verhalen vertelt over Sinterklaas, Kerst of over de winter.

 

De letter eu

In deze kern leert uw kind onder andere de letters bij de klanken eu - ou. Net als de reeds bekende letters ij en oe bestaan deze ‘letters’ uit twee tekens. Voor de kinderen is de eu echter één letter. U praat dus over de letter -eu-. Niet over de letters e-u.

 

Wisselwoorden

Uw kind krijgt elke kern oefeningen om de nieuwe letters te oefenen en toe te voegen aan reeds bekende letters. Zo leren kinderen ook woorden lezen in rijtjes. In elk woord wordt een letter vervangen door een andere letter. Dat kan de letter vooraan, in het midden of achteraan in het woord zijn. Op deze manier oefent uw kind om met letters die het kent nieuwe woorden te maken. 'Vuur' kan bijvoorbeeld worden veranderd in 'vaar', 'veer' en 'voor', maar ook in 'duur', 'muur' en 'zuur'. Oefen samen en laat uw kind wisselwoorden maken met de laatst geleerde woorden en letters.

 

Boekjes lezen

Uw kind kent nu bijna alle letters. Daarom kunt u in de bibliotheek alle eenvoudige boekjes lenen. De boeken zijn ingedeeld aan de hand van een codering. Meestal vind je een boekenplank voor beginnende lezers. Stimuleer de leesvaardigheid van uw kind en zoek samen regelmatig leuke boeken uit!


Kern 6
 

In deze kern leert uw kind

Letters: g - ui - au - f - ei

Woorden: geit, pauw, duif, ei

 

Alle letters compleet

In kern 6 leert uw kind de laatste nieuwe letters. Op het eind van deze kern zijn 34 letters aan de orde geweest. Het zijn lettertekens voor alle 34 klanken die in eenvoudige woorden met de combinatie medeklinker-klinker-medeklinker voorkomen. Ook woorden met klinker-medeklinker (uit) of medeklinker–klinker (kei) kunnen kunnen worden gelezen. De nieuwe woorden en letters worden aangeboden aan de hand van het voorleesverhaal, behorend bij het thema 'Wat komt er uit een ei?'

 

Begrijpend lezen

Al vanaf het begin wordt het lezen van woorden en zinnen geoefend. Maar er wordt ook geoefend in het kritisch lezen van zinnen en het begrijpen van de betekenis van zinnen.

 

Begrijpend lezen oefenen

Een oefenvorm in dit begrijpend lezen is het kiezen van de juiste zin of zinnen bij een tekening. Uw kind krijgt bijvoorbeeld een tekening van een jongetje dat naar een bus loopt. Het kan kiezen uit de volgende zinnen: (a) rik loopt naar de bus. (b) rik zit in de bus. (c) de mus zit bij de paal. (d) ik zie een paal bij de bus. Bij zo'n oefening moet het kind de zin begrijpen om het juiste plaatje te kunnen selecteren.

 

Vlot lezen oefenen

Het maken van wisselwoorden neemt nog steeds een belangrijke plaats in. Op die manier worden ook de laatst geleerde letters toegepast in het vlot lezen van woorden. Nu alle letters aan bod zijn geweest, wordt het vlot lezen van woorden steeds belangrijker. Met een goede basis kan immers begonnen worden aan steeds moeilijkere woorden en lettercombinaties.


Kern 7
 

In deze kern leert uw kind

Letters: hoofdletters

Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank

 

Alle letters compleet

In de kernen 1 tot en met 6 heeft uw kind alle letters geleerd. In principe kan het nu eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen. Alleen moet het herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd. In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat moeilijker zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden zoals kist, drop, hond, slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en woorden van twee en drie lettergrepen. Ook oefent uw kind om niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en geoefend. Ze zijn verdeeld over verschillende kernen.

 

Schatgraven

In kern 7 komen vooral de sch-woorden aan de orde en woorden met het lettercluster ng (ring). Bovendien maken kinderen al kennis met woorden met twee medeklinkers vooraan en achteraan (stoel, lamp), woorden met -d en -b achteraan (heb, bad) en samenstelling (zakmes). Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters. Het thema van kern 7 is: schatgraven, avonturen beleven, piraten. Het verhaal waarmee de kern start gaat over het vinden van een schat op een schip.

 

Nog niet altijd verbeteren

Kinderen zijn ook steeds beter in staat om woorden en zinnen te schrijven. Toch zullen kinderen nog niet alle woorden foutloos schrijven. De leesproblemen zijn soms te moeilijk om de afwijkende schrijfwijze meteen ook onder de knie te hebben. Zo kan het kind al snel woorden lezen met de letter -d- achteraan. Maar het foutloos schrijven van woorden als ‘heb’ en ‘had’ is moeilijker. Vandaar dat vanaf kern 7 het kunnen lezen en kunnen schrijven van woorden niet helemaal parallel meer loopt. Als uw kind toch woorden schrijft waar spelfouten in zitten, hoeft dat dan ook nog niet altijd verbeterd te worden.


Kern 8
 

In deze kern leert uw kind

Woorden: bank en licht

Woorden met twee medeklinkers vooraan (zoals 'zwaan') en achteraan (bijvoorbeeld 'kast') komen uitgebreid aan bod. Daarnaast oefent uw kind met samenstellingen: Ook leert uw kind woorden met een open klinker achteraan lezen, bijvoorbeeld: 'ga', 'zo' en 'nu' Bovendien leren de kinderen in kern 8 de nk van bank en de ch van licht.

 

Op het podium

Tijdens deze kern krijgt het thema ‘Op het podium’ veel aandacht. Voorlezen, voordragen, optreden, verkleden zijn sleutelwoorden in allerlei activiteiten. Uw kind kan nu alle letters vlot benoemen en opschrijven. Steeds vaker zal het spontaan iets opschrijven. Wijs uw kind niet op alle schrijffouten: creativiteit en spontaniteit zijn belangrijker dan foutloos schrijven. Bovendien is uw kind verder met lezen dan met spelling. Wat het kan lezen, hoeft het dus nog niet foutloos te kunnen schrijven.


Kern 9
 

In deze kern leert uw kind

Uw kind maakt kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei komen voor in eenvoudige woorden als ‘kraai’, ‘kooi’, ‘groei’.

Het thema van deze kern is: ‘Hé, hoe kan dat?’ Kinderen gaan aan de slag met allerlei onderzoekjes en proefjes. In deze kern maakt uw kind ook al kennis met tweelettergrepige woorden: vijver, bakker, kasten, balkon, poedel’. Het zijn nog woorden zonder open lettergreep. Ook komen woorden aan de orde zoals: ‘bedoel’, ‘verhaal’, ‘gezin’.

 

Begrijpend lezen

In kern 9 maakt uw kind kennis met allerlei oefenvormen voor begrijpend lezen.

Enkele voorbeelden: Uw kind krijgt steeds een zin of een korte tekst. Daarna worden drie uitspraken gedaan. Slechts één van de drie uitspraken past bij de zin of tekst.

Voorbeeld: Els maakt een jurk. Die is voor de pop van Noor. Bij deze korte tekst staat een tekening. Uw kind kan kiezen uit de volgende uitspraken:
(1) De pop is van Els.
(2) Noor maakt een jurk.
(3) De jurk is voor de pop.

Waarschijnlijk zal uw kind in het begin fouten maken bij deze oefenvorm, omdat het te snel denkt dat een bepaalde uitspraak wel goed zal zijn. Uw kind leert dat het de gekozen uitspraak goed moet controleren door de zin of tekst nog een keer te lezen.

 

Woordweb

Het maken van een woordweb komt in deze kern regelmatig aan de orde. Uitgaand van een kernwoord, bijvoorbeeld ‘wiel’ kunnen woorden worden gezocht die betrekking hebben op dat begrip. De woorden worden eromheen geschreven.

 

Zinnen in de juiste volgorde plaatsen

Ook het plaatsen van zinnen in de juiste volgorde met behulp van een plaatje is een van de oefenvormen. Met behulp van slechts één afbeelding kiest het kind welke van de zinnen de eerste zin is, welke de volgende etc,


Kern 10
 

In deze kern leert uw kind

vooral woorden met twee lettergrepen

Uw kind leert hoe woorden als 'moe-der', 'ge-luk', 'eer-lijk', 'bui-ten', 'ver-haal', 'schat-tig', 'schui-ven', 'be-doel' en 'hel-ling' worden gelezen. Het ontdekt en leest lettergrepen, die ook wel 'stukjes van woorden' worden genoemd. De leesmoeilijkheden breiden zich uit. Woorden met ieuw, eeuw, uw worden geoefend, woorden als plant en straat komen aan de orde.

 

Open lettergrepen

Ook maken de kinderen kennis met de open lettergreep (maken, vogel). Het thema daarbij heeft betrekking op ‘verzamelen, museum, tentoonstelling’. Kinderen zullen misschien in de klas ook allerlei verzamelingen mogen maken of presenteren.


Kern 11
 

In deze kern leert uw kind

Woorden met twee en drie lettergrepen

In kern 11 wordt verder geoefend met woorden waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, maar nu beginnen de woorden met een cluster. Het gaat om woorden als: vragen, spelen, schotel, sturen. Ook komen tweelettergrepige woorden voor die eindigen op ‘lijk’, ‘tig, of ‘ing’, zoals moeilijk, prachtig, koning. En er wordt een begin gemaakt met eenvoudige drielettergrepige woorden zoals appelmoes, vuilnisbak en blokkendoos.

Het thema van kern 11 is ‘mijn lievelingsboek’. Opzoekboeken, dagboeken, woordenboeken, leesboeken, atlassen, kortom alle boeksoorten kunnen een plek krijgen in deze kern.


Kern 12
 

In deze laatste kern

is de basis voor vlot leren lezen gelegd. Kinderen zijn begonnen met het leren van letters, het lezen van eenvoudige eenlettergrepige woorden en zijn gegroeid naar het lezen van meerlettergrepige woorden.

Kinderen kunnen nu verder werken aan het verbeteren van hun leesvaardigheid tot het niveau waarop wij als volwassenen lezen. Die weg naar het uiteindelijke leesniveau is opgedeeld in stappen, die herkenbaar zijn als avi-niveaus. Aan het einde van leerjaar 1 zijn de meeste kinderen in staat om teksten te lezen op het niveau van AVI E3 (nieuwe AVI-indeling) of AVI 3 (oude AVI-indeling).

 

Een boek mee op vakantie!

In leerjaar 1 heeft uw kind een leesontwikkeling doorgemaakt die het in staat stelt om eenvoudige kinderboeken te lezen. Waarschijnlijk hebt u de weg naar de bibliotheek al lang gevonden. En wij hopen dat u die weg blijft volgen. Vooral in de vakantie is het belangrijk dat de zo juist veroverde leesvaardigheid niet 2 maanden lang stilligt. Stimuleer het lezen van boeken ook in de vakantie.

 

Samen lezen

Is uw kind niet zo’n actieve lezer? Stimuleer dan het lezen van boeken door vaak samen met uw kind te lezen. Misschien vindt uw kind het moeilijk om zelfstandig een boek te lezen? Lees dan regelmatig een stukje van het boek voor waarin uw kind leest. Laat uw kind wel meelezen, bijwijzen, eventueel samen met u hardop lezen. Vooral als het technisch lezen wat moeizamer verloopt heeft uw kind veel steun aan iemand die hardop meeleest. Daarbij houdt uw kind echter wel plezier in het lezen van boeken.

De teksten die uw kind in leerjaar 2 aangeboden zal krijgen sluiten aan bij het leesniveau van eind leerjaar 1. Een terugval in leestempo en leesvaardigheid zou niet bevorderlijk zijn voor de leesontwikkeling en het leesplezier van uw kind.